Interview met Robyn Cohen

Robyn Cohen:mede-directeur van HOKISA, door Els Schellekens, 15 oktober 2009.
Hoi Robyn, hoe zou jij jezelf willen voorstellen aan de vrienden van HOKISA in Nederland?
Nou kijk, ik ben een Zuid-Afrikaanse vrouw, geboren in Kaapstad. Meteen na mijn eindexamen op de middelbare school begon ik aan de verpleegstersopleiding in Johannesburg. Dat was een enorme verandering in mijn leven: ik was nog maar 17 en had al te maken met leven en dood.Toen ik vier jaar later mijn diploma had, ging ik werken als trauma specialist. In de jaren 1991 en 1992 was er veel geweld in de ‘townships’. Ik was politiek geëngageerd en blij dat ik iets positiefs bij kon dragen in die krankzinnige omstandigheden, zonder dat ik mijn leven riskeerde. Die periode heeft veel voor me betekend.Daarna, in 1993, ging ik op reis, weg uit de chaos. Na bezoeken aan Zuidoost Azië, Europa en het midden Oosten stak ik de oceaan over, naar de Caraibische eilanden. Ik had geen idee wat de toekomst zou brengen.Uiteindelijk ging ik terug naar Kaapstad en kwam in dienst bij de trauma afdeling in een ziekenhuis. Het werk vond ik geweldig, maar het salaris was verre van een riant. Daarom begon ik voor mezelf, als eerste hulp dienst voor filmmaatschappijen en festival organisaties. Met mijn landrover, omgebouwd tot ambulance, trok ik rond Zuid-Afrika, Mozambique, Namibië, Cameroun en de Seychellen. Het werk was ontzettend leuk en opwindend maar medisch gezien niet uitdagend, en het droeg mij ook te weinig bij aan de ontwikkeling van Zuid-Afrika.Intussen grepen HIV en aids zich steeds meer om zich heen. Moeders en kinderen hadden zware lichamelijke en psychische trauma’s. Ik sloot me aan bij de organisatie Mothers2mothers en werd uitgezonden naar Lesuthu, om daar een programma te starten voor de preventie van moeder-kind overdracht. Uiteindelijk werden er 12 steun centra geopend in agrarische en afgelegen gebieden. Het was fantastisch om de moeders zo te kunnen helpen.Na deze ervaring sloot ik me aan bij Yabonga, een organisatie in Kaapstad die gemeenschapscentra oprichtte om vrouwen, mannen en kinderen te steunen in hun leven met HIV/ aids. Ze kregen begeleiding bij de medicatie, hun coming out, en het stigma waar onder zij leden. De kinderen bleven in de gezinnen.
Wanneer hoorde je voor het eerst iets over HOKISA?
In de regionale krant las ik een personeelsadvertentie voor een nieuwe directeur. Het verbaasde me dat er zo’n centrum bestond in mijn eigen gemeenschap – Masiphumelele ligt maar 2 km van mijn huis. Ik pakte de auto om er een kijkje te nemen. Bij HOKISA trof ik Shirley aan. We spraken even, en het voelde meteen goed. Ik wist onmiddellijk dat ik hier wilde werken, in mijn eigen community. Daarna ontmoette ik Karin en Lutz. En ik voelde nog sterker: dit is de ideale baan voor mij.
En toen begon je in februari – hoe is het je tot nu toe bevallen?
Het is pas negen maanden, maar het voelt als een heel leven. Ik ervaar het ook niet als een baan: ‘ons’ project’ is een deel van mijn leven geworden. Het verschil met andere projecten is de continuïteit. Bij HOKISA kunnen we echt iets betekenen, al is het maar voor een kleine groep kinderen. Dat is het eeuwige dilemma: help je 1000 kinderen een klein beetje, of 10 kinderen een heleboel?
Als nieuwe mede- directeur met een frisse blik heb je vast wel nieuwe ideeën en ook een eigen professionele bijdrage.
Mijn inbreng is mijn ervaring in de medische gezondheidszorg, in het bijzonder met HIV, en het uitgebreide netwerk dat ik opgebouwde bij Yabonga en Mothers2mothers, in Kayelitsha en Guguletu, en met organisaties als Artsen Zonder Grenzen. Tijdens mijn werk bij het bedrijf MED pages deed ik ervaring op met personeelswerk en het aansturen van collega’s.Maar een nieuwkomer brengt ook verse energie in, en daarmee nieuwe kansen voor de teamleden. Ik geloof heel sterk in scholing en ik wil de teamleden stimuleren om te groeien. Professioneel, door trainingen en cursussen, en als persoon, door hen te stimuleren om hun wensen en meningen te uiten. Sommigen volgen al een cursus ‘eerste hulp’ of een onderwijs ondersteunende training in rekenen of taal. Karin en Lutz zijn voortreffelijke pedagogen en leraren, maar langzaamaan zullen de teamleden dat over moeten nemen.
Wat zou, volgens jou, nooit moeten veranderen bij HOKISA?
Allereerst: de kinder-indaba. De kids leiden deze vergaderingen zelf en ze praten over alles wat ze belangrijk vinden in hun huis. Dat is uniek. Zoiets heb ik nooit eerder gezien. Het is een van de manieren waarop HOKISA laat zien dat de teamleden de kinderen fundamenteel respecteren. Ze hebben echt een eigen stem.En het tweede is: HOKISA heeft niets van een instituut, het is echt een thuis.
Er zijn vast wel moeilijke momenten, maar zijn er ook dingen waar je om moet lachen?
Ja, vooral de kinderen! Ze zijn zo schattig en ondeugend. Op een dag zat ik met Perry in de huiskamer, en toen kwamen er twee van onze peuters binnengelopen. Ze waren totaal wit, onherkenbaar achter een dikke laag witte crème. Perry en ik lagen dubbel van het lachen.
Wat doet je verdriet?
Soms kijk ik naar de kinderen en realiseer me dat ze met het ouder worden ook hun eigen situatie steeds beter zullen doorzien. Wat het betekent, dat ze HIV positief zijn of niet bij hun moeder zijn, ook al woont zij maar twee straten verderop.
Wat maakt je blij?
Het fijnste is dat alle kinderen gezond zijn. Ze missen vrijwel nooit een les omdat ze ziek zijn; ze zijn zó sterk.
Als je een wens mocht doen, wat komt er dan het eerst bij je op?
Oeps, dat is een moeilijke vraag. Als het gaat om middelen, gisteren nog reden Lungelo en ik in de HOKISA bus. Die is oud, en we hebben dringend een nieuwe nodig. Toen zeiden we tegen elkaar: wat zou het geweldig zijn, als er nu een spiksplinternieuwe bus uit de hemel zou vallen.
En verder natuurlijk dat alle kinderen gezond blijven, zich lekker voelen en het goed doen op school.
Wat hoop je voor HOKISA over 10 jaar?
Hetzelfde! Dat de kinderen opgroeien, een goede opleiding hebben en hun eigen weg vinden, klaar om hun dromen te volgen. En dat ze dan plaats maken voor andere kinderen.
En voor het team?
Dat wij ook in de toekomst de juiste mensen kunnen blijven vinden. Een deel van de huidige teamleden zal er nog wel zijn, want ze doen hun werk met hart en ziel, en HOKISA biedt goede arbeidsomstandigheden. Sommigen zullen verder groeien in hun werk, en anderen zullen ook weggaan.Ik hoop dat er over tien jaar ook genoeg mannen zijn, om als rolmodel te fungeren voor de jongens en meisjes. Mannen zoals ons nieuw team lid, een trotse, HIV-positieve man. De kinderen hebben behoefte aan mensen die dezelfde problemen hebben gehad als zijzelf, en het toch gemaakt hebben in het leven.
Dank je wel, dat is al heel wat. Wil je zelf nog iets toevoegen?
Nou, voor mij is het een hele opgave om het over te nemen van Lutz en Karin. Ik bewonder hen om wat ze bereikt hebben in hun leven, en wat ze voor HOKISA hebben gedaan. Gelukkig zitten ze, na hun terugtreden per 1 juli, nog wel in het bestuur. En een voordeel is: Nu ze steeds minder hoeven te regelen hebben zij en Perry meer tijd voor de kinderen. Ze zullen een belangrijke rol blijven spelen als zorgzame en liefdevolle ‘grootouders’.
Dank je wel voor het plezierige gesprek.