De bewoners van het HOKISA huis door Perry Tsang, Kaapstad, najaar 2003
We krijgen vaak vragen over de bewoners en de dagelijkse gang van zaken in het HOKISA-huis. Daarom vroegen we Perry Tsang, Nederlandse vrijwilliger van het eerste uur, een dag te beschrijven. De volledige tekst is te lezen op de website www.hokisa.co.za/vrienden van hokisa. Voor deze website kozen we een paar fragmenten waarin u kennis maakt met de bewoners, de staf en enkele momenten op een gewone dag.
Inmiddels wonen er zeven kinderen in het HOKISA-huis: vijf jongens en 2 meisjes tussen ½ en 7 jaar oud. Vanwege de privacy hebben we hun namen veranderd.

Siwo was het eerste kind dat we opnamen. Deze baby werd enorm in de watten gelegd. Daarom noem ik hem vaak ‘Prins Siwo the first’. Lanwoba, ook wel Lalo genoemd, was een bang hoopje ellende toen hij aankwam. De artsen hadden de peuter al opgegeven. Nu is hij de vrolijkste kind dat we hebben. Zami is een stralende kleuter, maar gelukkig ook lekker ondeugend. Thwalosile en Xoluwa zijn broer en zus van ongeveer 7 en 5. Zodra we hun geboorteaktes hebben weten we precies hoe oud ze zijn en kunnen ze (voor het eerst) hun verjaardag vieren. Voorlopig vinden ze iedere dag een feest, vooral het dagelijkse warme bad. De schurft die ze hadden bij aankomst is helemaal weg. Thwalosile bedelde overdag wat centjes bij elkaar voor hun zieke moeder en kookte voor haar en zijn zusje. Nu gaat hij iedere dag trots in zijn schooluniform naar school. Xoluwa is dol op troetelen en gaat iedere ochtend naar de creche. Hun moeder maakt het slecht en is inmiddels opgenomen in een hospice. Lebuhang, een baby die in het begin niets anders deed dan huilen. Nu kijkt hij vrolijk scheel om zich heen, want hij kan niet focussen. Z’n ogen draaien alle kanten op. Ayokha, onze HOKISA-baby is geboren op 1 december 2002, de openingsdag van het HOKISA huis, en dan betekent z’n naam ook nog: WE HEBBEN GEBOUWD. Hij huilt nooit en neemt alle bezoekers onmiddellijk voor zich in. Helaas is hij nog steeds het meest zwake kind en wij moeten blijven vechten voor hem. Tamura. Deze peuter leek bij haar aankomst lichamelijk en geestelijk gehandicapt. Nu loopt ze vrolijk rond. Waarschijnlijk is ze door ondervoeding achter in haar ontwikkeling.
Petelele, nog geen drie, is ons ‘aanloopkind’. Hij stapte op een ochtend verkleumd en smerig tot achter zijn oren zomaar binnen. ‘s Avonds vertrok hij, de volgende morgen huppelde hij weer het huis in. Zo gaat het nu al twee maanden en hij is heel wat kilo’s bijgekomen. Ieder dag gaat hij in bad en hij heeft ook een kleine garderobe aangemeten gekregen. Het is net een mannelijke Pippi Langkous met aanstekelijke pretoogjes.
De medewerkers die er vandaag zijn: Shirley, de moeder-manager van het huis. Mandisa en Nosipho, twee verzorgsters . Lungelo, assistent manager, tuinman en bewaker. En als vrijwilligers Lutz, Karin en ik, vandaag toevallig alle drie: Lutz vanwege zijn bezoek aan de oogarts met Lebuhang en Karin om de indaba mee voor te bereiden.
De dokter Iets na tweeën komt Lutz terug uit het ziekenhuis, boos. Eerst moesten hij, Lebu en zijn moeder uren wachten, en na vijf minuten oppervlakkig onderzoek kregen ze simpelweg te horen dat Lebu waarschijnlijk een hersenbeschadiging heeft. De arts sprak alleen tegen Lutz, in het Engels, en deed geen enkele moeite om het ook aan de moeder uit te leggen. Zij begreep wel dat er iets vreselijk mis was en zachtjes begon te huilen. Daarom vroeg Lutz een andere moeder uit de wachtkamer om de woorden van de arts te vertalen in het Xhosa. Daarop reageerde de man erg ongeduldig en onvriendelijk. Een vervolgafspraak kon – volgens hem – pas over 4 maanden. Lutz heeft besloten nu naar een prive oogarts te gaan. Als wij op tijd zijn kan Lebu misschien nog geholpen worden.
Buiten spelen Om drie uur gaat de HOKISA-speelplaats met schommels, wip en klimrek open voor alle kinderen uit de buurt, zoals elke middag. Vandaag zijn het er zo’n 40. Dit is de enige speelplaats in de township, en de HOKISA-medewerkers doen ook nog spelletjes met hen. Vandaag doet Lungelo een ??? spel. De kinderen adoreren hem. Zami valt van de schommel, en er druppelt bloed langs zijn wang. Shirley pakt hem meteen op en gaat naar de medicijnkast in de ziekenkamer. Ze trekt een paar rubber handschoenen aan, verzorgt zijn wang, geeft hem een knuffel en iets te drinken. Twee minuten later huppelt Zami weer naar buiten en laat iedereen trots zijn Mickey Mouse pleister zien. Voor ons, HOKISA-vrijwilligers, was het een droom om het HOKISA huis te integreren in de gemeenschap, zodat onze kids vriendjes en vriendinnetjes buiten het huis zouden hebben en de vooroordelen over HIV+ en aids zouden afnemen. En het werkt! De buurtkinderen weten dat ze niet ziek worden van spelen met HIV+ kinderen, als ze maar snel een pleister halen als ze bloeden. En zij vertellen dat weer thuis.

Gratis lekkernijen Karin is, na haar lessen op de universiteit, bij Woolworth langsgegaan voor de wekelijkse “afhaaldienst”. Woolworth is een winkelketen waar de gegoede burgerij boodschappen doet, en iedere woensdag schenkt de supermarkt spullen die zij niet meer kan verkopen aan ons, zoals appels met een plekje, verse pasta van gisteren, blikken met een deukje, allerlei groenten… net over de verkoopdatum maar toch: meestal verser dan je ooit bij Albert Heijn in de vakken tegen zal komen. Karin arriveert vandaag met tien kilo pruimen (waar wij heerlijke jam van maken!), twintig bundels groene asperges (soep!) en 24 beroemde Woolworth-sandwiches met zalm en BLT (bacon, lettuce and tomato).
De broodjes moeten meteen op, dus wij snijden ze in tweeën en delen ze uit aan de buurtkinderen. Ze smullen; voor velen is dit de eerste “maaltijd” van de dag. Dan zijn er nog buren, die het bijzonder hard nodig hebben en met wie wij ook elke woensdag delen.
Op kantoor Ondertussen zit Shirley met Karin en Lutz op het kantoortje dingen te regelen en de wekelijkse teamvergadering (indaba) voor te voorbereiden. Shirley belt de sociaal werkster die al vijf weken geleden beloofde een formulier te ondertekenen en langs te brengen, maar dat nog niet deed. Shirley blijft rustig en vraagt, nog altijd vriendelijk, voor de honderdste keer wanneer het komt. ‘Morgen’ is het antwoord.
Naar bed Om kwart over zeven liggen alle kinderen in bed. Dat is de regel, en geen kind dat daarover zeurt. Ze babbelen nog wat, maar na tien minuten is het stil. Voordat Lutz en ik naar huis gaan kijken we nog even stilletjes in de kamer van de kleintjes. Alleen Lalo is nog wakker. Hij kijkt me vrolijk aan en vraagt: “Pelly, amasy?” (Water?). Ik breng hem zijn beker, hij neemt een slokje en zegt: “Enkos, Pelly!” (Dank je!). Hij gaat liggen en sluit zijn oogjes. Ik zeg: “Lala kakuhle, Lalo!” (Slaap lekker!) en Lalo antwoordt: “Lala kakuch, Pelly!”. Ik voel me de koning te rijk.
Dank Hopelijk geeft deze tekst een indruk van een dag. Het verhaal vertelt nog niet, hoe fantastisch we ons kunnen voelen als we horen dat een kind sero-negatief blijkt te zijn. Of hoe verdrietig als de bloed-telling (CD4) van een kind uitwijst dat hij meteen aan de AIDS remmers moet, omdat zelfs een gewone verkoudheid gevaarlijk is. Het plezier van verjaardagen, de streken die de kinderen uithalen. De schrik als bij ons thuis de telefoon gaat omdat het plots erg slecht gaat met een van de kids. Maar alles vertellen, dat lukt nooit…. Beste mensen, die HOKISA steunen: Namens ons allen duizend maal dank voor jullie hulp.